|
Motorrijden is populair bij jong en oud. Als motorrijder ben je wel relatief kwetsbaar. Daarom is er in Europa een strenge wetgeving voor het motorrijbewijs van kracht. Wat je moet doen om dit rijbewijs te halen lees je hier.
Om rijles te kunnen volgen op de openbareweg moet je minimaal 18 jaar oud zijn en in het bezit zijn van een geldig theorie-certificaat A of een Nederlandsrijbewijs B.
Leeftijd Bij de lessen en de praktijkexamens voor het motorrijbewijs speelt je leeftijd een rol. Het bepaalt de ‘zwaarte’ van de motorfiets waarop je mag rijden.
< 21 jaar Ben je jonger dan 21 jaar? Dan moet je lessen en je examens afleggen op een ‘lichte’ motorfiets. Dat wil zeggen dat de motor een cilinderinhoud heeft van meer dan 120 cc en een vermogen van minder dan 35 kW. De motor moet tenminste honderd kilometer per uur kunnen rijden.
> 21 jaar Als je 21 jaar of ouder bent dan maakt het vermogen van de motor niet uit. Je kunt dan lessen en examen doen op een motor naar keuze. Licht of zwaar, jij mag kiezen. Let wel: slaag je voor de praktijkexamens op een motorfiets met een vermogen van minder dan 35 kW? Dan heeft dat consequenties voor het soort rijbewijs dat je krijgt (zie onder ‘Rijbewijs’).
Rijbewijs
‘Lichte’ motorfiets Als je slaagt voor de praktijkexamens op de lichtere categorie motorfiets (zie ‘Leeftijd’) krijg je een rijbewijs A, dat slechts een beperkte bevoegdheid geeft. Dit noemen we ook wel ‘A beperkt’. Je mag dan rijden op een motorfiets met een vermogen van maximaal 25 kW. Ook lichte motoren met een relatief hoog vermogen zijn taboe. Twee jaar na afgifte van je motorrijbewijs mag je op iedere motorfiets overstappen. Licht of zwaar maakt dan niet meer uit. Je hoeft dan geen nieuwe examens af te leggen.
‘Zware’ motorfiets Ben je geslaagd op een motorfiets van 35 kW of meer, dan krijg je een rijbewijs A zonder beperkingen. Je mag dan direct op elke motorfiets naar keuze rijden.
Om het aantal motorongelukken te verminderen, zijn in heel Europa de motorexamens veranderd. Sinds 1 april 2004 word je tijdens het examen in meer bijzondere verrichtingen getoetst dan voorheen. Zo moeten de kandidaten nu niet vier, maar zeven bijzondere verrichtingen uitvoeren.
Door die uitbreiding is het motorexamen gesplitst in tweeën, het examen: voertuigbeheersing en verkeersdeelneming.
Kleding tijdens de lessen en examens
Om je te beschermen tijdens de lessen en de motorexamens moet je de volgende uitrusting dragen:
Helm
Je bent verplicht om een goedgekeurde motorhelm te dragen. Deze moet goed op je hoofd passen en vastgemaakt zijn. Het beste is een helm te dragen die licht is van kleur. Of van reflecterende kenmerken is voorzien. Je kan een goedgekeurde helm gratis lenen bij ons op de rijschool.
Oogbescherming
Je gebruikt bij voorkeur oogbescherming. Denk hierbij aan een helmvizier, motorbril of bijvoorbeeld een (zonne)bril.
Schoeisel
Je draagt hoge schoenen of laarzen die ook je enkel bedekken.
Handschoenen
Je draagt handschoenen of wanten die je handen helemaal bedekken. Je polsgewrichten zijn zoveel mogelijk bedekt.
Kleding
Je broek moet je benen bedekken; je jas bedekt je bovenlichaam en armen. Broek en jas mogen één geheel vormen. Draag bij voorkeur kleding die speciaal bedoeld is voor motorrijders. De uitrusting moet in ieder geval stevig genoeg zijn om je te beschermen tegen aanraking met het wegdek. Of tegen de hete uitlaat van de motorfiets.
Ook heeft je kleding bij voorkeur reflecterende eigenschappen, of andere kenmerken die ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer. Tot slot moet de kleding je tijdens de examens voldoende be schermen tegen de weersomstandigheden. Je kan bij ons gratis een motorjas en -broek lenen.
|